Stade Vélodrome Oscar Flèche / Rocourt

november 18th 2012 | Posted in

Verhaal van het stadion:

Het in 1892 opgerichte Football Club Liégeois speelde achtereenvolgens in de velodroom van het Parc de la Boverie (1892-1893), de tuinen van het kasteel van Sclessin (1893-1897, en vanaf 1896 ook op de locatie van het huidige stadion van Standard Luik), in Cointe (1897-1915, plaine du Champs des Oiseaux) en Angleur (Renory, 1915-1921).

Oscar Flèche, directeur van de steenkoolmijnen van Ans-Rocour, die in 1919 (23 januari) tot de club toetrad en al snel vice-voorzitter werd, promootte een ambitieus project: de bouw van een stadion op de hoogte van Saint-Walburge, te Rocour. De “Société Coopérative du Stade du FC Liégeois” werd gecreëerd op 11 mei 1920 en kocht een bebosd gebied van 12 ha. Het Stade Vélodrome Oscar Flèche met 30.000 plaatsen werd ingehuldigd op 28 augustus 1921 met de wedstrijden FC Liégeois-Olympique Lillois (2-3) en Standard-Union Saint-Gilloise (1-2). Datzelfde jaar kreeg FC Liégeois van Koning Albert I de titel “Royal” toegewezen.

Op 31 december 1937 werd het stadion eigendom van de club.

Tijdens de oorlog bleef RFC Liégeois erg populair. 10.000 toeschouwers woonden de derby bij tegen CS Verviers, een jaar later waren er dat 15.000. In 1945 vierden 22.700 mensen de terugkeer naar de eerste afdeling.

Dankzij Gouverneur Joseph Leclerq werden in 1950 uitbreidingswerken uitgevoerd om de capaciteit op te voeren naar 40.000 plaatsen. Daarvoor werd de kleinste tribune afgebroken. Er kwam een nieuwe, grote staantribune voor in de plaats die aan één kant werd doorgetrokken in de bocht.

Op 10 november 1956 werd de verlichting in gebruik genomen, tegen MTK Boedapest. Deze werd volledig gerenoveerd in 1972. RFC Liégeois had toen de beste stadionverlichting van België (1750 lux/ 8,5 m2).

In 1950, 1957, 1963 en 1975 werden in het Stade Vélodrome van Rocourt de Wereldkampioenschappen Wielrennen georganiseerd.

Op 23 augustus 1967 werd, ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de club en een wedstrijd tegen Ajax (0-1 verlies), een nieuwe zittribune ingehuldigd, ter vervanging van de oude zittribune uit 1921.

De laatste werken aan het stadion, uitgevoerd tussen 1986 en 1992, omvatten de bouw van loges in de zittribune, en de renovatie van de buitengevel van deze tribune, met kantoren en een kantine. Rechts van de overdekte staantribune verving het gebouw met de business seats het “Chalet” en de kantine hierachter vervolledigden de definitieve configuratie van het stadion.

Op 30 september 1992 was Rocourt gedurende één match (Club-Maccabi Tel Aviv, voorronde Champions League) de thuisbasis van Club Brugge. In de terugwedstrijd van de halve finales van de Beker der Bekerwinnaars 1991-1992 hadden de Blauw-Zwarte supporters in het Weserstadion van Werder Bremen vuurpijlen afgestoken. De club werd door de UEFA gestraft en moest zijn eerste Europese thuiswedstrijd van het volgende seizoen op minstens 150 kilometer van Brugge afwerken. 6000 supporters maakten de verplaatsing naar Luik.

In januari 1995 werd het Stade Rocourt niet langer conform verklaard en werd het afgebroken om plaats te maken voor een bioscoopcomplex. De aangehaalde redenen voor deze afkeuring: problemen met het dak van de staantribune, de slechte stabiliteit van de onoverdekte staanplaatsen in de bochten, en de defecte lichtpilonen die dreigden omver te vallen. Het is echter nooit onomstotelijk bewezen dat het stadion niet meer geschikt was voor de organisatie van voetbalwedstrijden. Maar een niet onbelangrijke onderliggende reden voor de afbraak van het stadion moet gezocht worden in het feit dat het eigendom was van de club, en als pasmunt werd gebruikt bij de afbetaling van schulden en investeringen. Om enigzins te redden wat er overbleef van het stamnummer 4 had het toenmalige bestuur van RFC Liégeois het patrimonium van de club in tweeën gesplitst: het sportieve en het vastgoed.

Vandaag rest er nog slechts weinig van het Stade Rocourt: een herdenkingssteen (“Stade Oscar Flèche”) in de muur van de Kinepolis en enkele muren die zich achter de bezoekerstribune en de overdekte staantribune bevonden.

De laatste wedstrijd op Rocourt vond plaats op 26 november 1994: RFC Liègeois-Cercle Brugge (0-0).

Het einde van Rocourt betekende voor Club Luik het begin van een lange zwerftocht: het seizoen 1994-1995 werd verder afgewerkt in Sclessin, de thuisbasis van stadsrivaal Standard en het Kehrwegstadion in Eupen. Van 1995 tot 2001 werd gespeeld op Bureaufosse, het stadion van Tilleur, waarmee het een fusie aanging (RFC Tilleur Liégeois), en in het Stade du Pairay, waar eerder RFC Seraing speelde, dat werd opgeslorpt door Standard en vervolgens (met tijdelijke tribunes) op het voetbalveld van FC Ans. Intussen werden plannen gesmeed voor een nieuw stadion in Alleur.

Talloze malen stond Club Luik dicht bij een schrapping maar stamnummer 4 werd telkens gered en nam zelfs terug zijn oude naam aan.

RFCL keerde terug naar het Stade du Pairay en wilde dat verbouwen maar de plannen voor een nieuw stadion werden terug van stal gehaald en sinds 2015, na twee decennia van omzwervingen, speelt Club Luik weer op Rocourt, waar op een boogscheut van het vroegere stadion een nieuw oefencomplex werd uitgebouwd. De club maakt er gebruik van de kantine en tijdelijke tribunes rondom één van de oefenvelden in afwachting van een nieuw stadion tegen 2019 of 2020.

Bron: http://www.rfcliege.be (website niet meer actief)

Fiche:

Naam: Rocourt/Stade Jules Georges/Stade Vélodrome Oscar Flèche
Adres: Chaussée de Tongres te Rocourt (“Rocour” is de oude schrijfwijze)
Totale Capaciteit: 40.000 (25.000 kort voor de afbraak uit veiligheidsoverwegingen)
Bouwjaar: 1920
Ingebruikname: 28 augustus 1921 (FC Liégeois – Olympique Lillois 2-3)
Renovaties: 1950, 1956, 1967, 1972, 1986-1992
Laatste wedstrijd: 26 november 1994 (RFCL-Cercle Brugge)
Afbraak: 1995
Eigenaar: Royal Football Club Liégeois
Club: Royal Football Club Liégeois
Lichtcapaciteit: 1750lux
Piste: atletiekpiste én wielerbaan

Foto’s:

aStadeRocourt2

Links:

Belstadions Forum: Stade Vélodrome Oscar Flèche / Rocourt